- Weetwereld
- Oefenen
- Begrijpend lezen
Begrijpend lezen oefenen
Begrijpend lezen is meer dan woorden lezen: je moet snappen wat er staat, en soms ook wat er níet letterlijk staat. Met een paar slimme strategieën wordt dat een stuk makkelijker.
Speel de Leesvuurtoren Lees korte teksten op je eigen niveau. Weet je het antwoord niet? Dan kleurt de zin waar het staat geel.
Speel gratisVijf strategieën die echt helpen
- Voorspellen. Kijk eerst naar de titel en de plaatjes. Waar zal de tekst over gaan? Wat weet je er al van?
- Zoek het op. Bij veel vragen staat het antwoord letterlijk in de tekst. Terugkijken mag altijd, ook op de toets.
- Verwijswoorden. Woorden als hij, zij, het, dat, die, daar verwijzen naar iets wat eerder genoemd is. Vraag je steeds af: naar wie of wat?
- Signaalwoorden. Woorden als daarom, maar, eerst vertellen hoe zinnen met elkaar te maken hebben. Zie de tabel hieronder.
- Hoofdgedachte. Wat is het belangrijkste dat de schrijver wil zeggen? Kijk per alinea waar die over gaat en vat het samen in één zin.
Signaalwoorden
| Soort | Signaalwoorden | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Reden | want, omdat, daarom, doordat, dus | Daarom houdt de egel een winterslaap. |
| Tegenstelling | maar, toch, echter, hoewel | Maar buiten regent het heel hard. |
| Opsomming | ten eerste, ten tweede, ook, bovendien | Bovendien leveren ze geen stroom als het niet waait. |
| Tijd en volgorde | eerst, daarna, toen, ten slotte | Leg eerst een laagje watten in het schaaltje. |
| Voorbeeld | bijvoorbeeld, zoals | … een vrucht, zoals een appel. |
| Gevolg | daardoor, zodat, dus | Daardoor kunnen ze ziek worden. |
Soorten teksten
- Informatieve tekst: geeft uitleg of weetjes, zoals over de egel of de Afsluitdijk.
- Verhaal: heeft personages, een plaats en vaak spanning.
- Instructie: legt stap voor stap uit hoe je iets doet.
- Betoog of mening: de schrijver wil je overtuigen. Let op het verschil tussen een feit (kun je controleren) en een mening (wat iemand vindt).
Oefentekst: De egel
De egel is een klein dier met stekels op zijn rug. Hij heeft wel vijfduizend stekels. Als een egel bang is, rolt hij zich op tot een bal. Dan kan een vos hem niet pakken.
Overdag slaapt de egel onder een hoop bladeren. 's Nachts gaat hij op zoek naar eten. Hij eet graag slakken, kevers en wormen.
In de winter is het koud en is er weinig eten. Daarom houdt de egel een winterslaap. Hij slaapt dan maanden achter elkaar.
- Wat doet een egel als hij bang is?
- "Dan kan een vos hem niet pakken." Wie is hem?
- Waarom houdt de egel een winterslaap? Welk signaalwoord helpt je?
Bekijk de antwoorden
1. Hij rolt zich op tot een bal. · 2. De egel. · 3. Omdat er in de winter weinig eten is. Het signaalwoord is daarom.
Tips voor ouders
- Lees samen en stel vragen tijdens het lezen: "Wat denk je dat er nu gebeurt?" of "Wie bedoelen ze met hij?"
- Laat je kind na het lezen in eigen woorden vertellen waar de tekst over ging.
- Kies onderwerpen die je kind leuk vindt. Een strip of een tekst over voetbal telt ook!
Begrijpend lezen hoort bij kerndoel 2A (teksten begrijpen), 2C (betrouwbaarheid van bronnen) en 9A (verhalen begrijpen).