- Weetwereld
- Oefenen
- 't Kofschip
't Kofschip: zo spel je werkwoorden
Speelde of speelte? Gefietst of gefietsd? Met het ezelsbruggetje 't kofschip weet je het altijd. Hier lees je hoe het werkt, met een stappenplan en de lastige gevallen.
Speel Het Kofschip Vul het goede werkwoord in. Fout? Dan helpt het stappenplan je op weg.
Speel gratisHet ezelsbruggetje
De medeklinkers van 't kofschip zijn: t, k, f, s, ch en p. Kijk naar de laatste letter van de stam (de ik-vorm).
- Zit die letter in 't kofschip? Dan krijgt de verleden tijd -te en het voltooid deelwoord een t.
- Zit die letter er niet in? Dan krijgt de verleden tijd -de en het voltooid deelwoord een d.
Stappenplan
- Welke tijd is het? Nu (tegenwoordige tijd), vroeger (verleden tijd), of staat er heb, heeft, is of ben bij (voltooid deelwoord)?
- Zoek de stam: de ik-vorm. Fietsen → ik fiets.
- Kijk naar de laatste letter van de stam: zit hij in 't kofschip?
- Verleden tijd: stam + te of de (meervoud: + ten of den). Voltooid deelwoord: ge + stam + t of d.
| Werkwoord | Stam | Laatste letter | Verleden tijd | Voltooid deelwoord |
|---|---|---|---|---|
| fietsen | fiets | s | fietste | gefietst |
| spelen | speel | l | speelde | gespeeld |
| maken | maak | k | maakte | gemaakt |
| wonen | woon | n | woonde | gewoond |
| praten | praat | t | praatte | gepraat |
| antwoorden | antwoord | d | antwoordde | geantwoord |
| verhuizen | verhuis | z | verhuisde | verhuisd |
| verven | verf | v | verfde | geverfd |
De lastige gevallen
- Stam eindigt al op t of d: je schrijft twee dezelfde letters in de verleden tijd (praatte, antwoordde), maar het voltooid deelwoord krijgt niets extra (gepraat, geantwoord).
- z of v in het hele werkwoord: bij verhuizen en verven kijk je naar de z en de v. Die zitten niet in 't kofschip, dus verhuisde, verfde.
- be-, ge-, ver-, her-, ont-, er-: dan komt er géén extra ge- voor: verhuisd, beantwoord, verbrand.
- Twijfel je bij het voltooid deelwoord? Maak het woord langer: de gespeelde wedstrijd (je hoort een d), de gefietste route (je hoort een t).
- Hij verbrandt of hij verbrand? Nu: hij verbrandt (stam + t). Voltooid: het is verbrand.
Sterke werkwoorden
Bij sterke werkwoorden verandert de klinker. 't Kofschip werkt dan niet: deze vormen leer je uit je hoofd.
| Hele werkwoord | Verleden tijd | Voltooid deelwoord |
|---|---|---|
| lopen | liep | gelopen |
| schrijven | schreef | geschreven |
| zwemmen | zwom | gezwommen |
| lezen | las | gelezen |
| eten | at | gegeten |
| worden | werd | geworden |
Werkwoordspelling hoort bij kerndoel 6B: spelling, zinsbouw en leestekens. Lees ook d, t of dt in de tegenwoordige tijd.
Oefen
Gisteren (dansen) ik … · Wij (wachten) … op de bus. · Ik heb een tekening (maken) … · Zij is naar Groningen (verhuizen) … · Hij (antwoorden) … gisteren meteen.
Bekijk de antwoorden
danste · wachtten · gemaakt · verhuisd · antwoordde