Spelen
  1. Weetwereld
  2. Oefenen
  3. 't Kofschip

't Kofschip: zo spel je werkwoorden

Speelde of speelte? Gefietst of gefietsd? Met het ezelsbruggetje 't kofschip weet je het altijd. Hier lees je hoe het werkt, met een stappenplan en de lastige gevallen.

Speel Het Kofschip Vul het goede werkwoord in. Fout? Dan helpt het stappenplan je op weg.

Speel gratis

Het ezelsbruggetje

De medeklinkers van 't kofschip zijn: t, k, f, s, ch en p. Kijk naar de laatste letter van de stam (de ik-vorm).

Stappenplan

  1. Welke tijd is het? Nu (tegenwoordige tijd), vroeger (verleden tijd), of staat er heb, heeft, is of ben bij (voltooid deelwoord)?
  2. Zoek de stam: de ik-vorm. Fietsen → ik fiets.
  3. Kijk naar de laatste letter van de stam: zit hij in 't kofschip?
  4. Verleden tijd: stam + te of de (meervoud: + ten of den). Voltooid deelwoord: ge + stam + t of d.
WerkwoordStamLaatste letterVerleden tijdVoltooid deelwoord
fietsenfietssfietstegefietst
spelenspeellspeeldegespeeld
makenmaakkmaaktegemaakt
wonenwoonnwoondegewoond
pratenpraattpraattegepraat
antwoordenantwoorddantwoorddegeantwoord
verhuizenverhuiszverhuisdeverhuisd
vervenverfvverfdegeverfd

De lastige gevallen

Sterke werkwoorden

Bij sterke werkwoorden verandert de klinker. 't Kofschip werkt dan niet: deze vormen leer je uit je hoofd.

Hele werkwoordVerleden tijdVoltooid deelwoord
lopenliepgelopen
schrijvenschreefgeschreven
zwemmenzwomgezwommen
lezenlasgelezen
etenatgegeten
wordenwerdgeworden

Werkwoordspelling hoort bij kerndoel 6B: spelling, zinsbouw en leestekens. Lees ook d, t of dt in de tegenwoordige tijd.

Oefen

Gisteren (dansen) ik … · Wij (wachten) … op de bus. · Ik heb een tekening (maken) … · Zij is naar Groningen (verhuizen) … · Hij (antwoorden) … gisteren meteen.

Bekijk de antwoorden

danste · wachtten · gemaakt · verhuisd · antwoordde